Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3360.
13. Gelet op deze toelichting dienen de in de art. 2a, 51a, aanhef en onder a, 52a, aanhef en onder a en 53a WA opgenomen bepalingen aldus te worden uitgelegd dat de aangifteplicht voor de vergunninghouder van een geregistreerd of niet-geregistreerd bedrijf ontstaat op het moment waarop een accijnsgoed wordt ontvangen. Mutatis mutandis geldt hetzelfde bij de heffing van accijns die (in afwijking van de in art. 52 gegeven hoofdregel) verschuldigd wordt op één der overige in de art. 52a WA en 2b, 2c, 2d of 2f WA aangeduide tijdstippen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe07fef3e78f981074c071294aa22f14d536e650927c628457b7255d42c08ff4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe07fef3e78f981074c071294aa22f14d536e650927c628457b7255d42c08ff4, en de alinea staat in dat document op bytes 12841 tot 13396.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe07fef3e78f981074c071294aa22f14d536e650927c628457b7255d42c08ff4 | shasum -a 256