Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3360.
16. Kenmerkend voor de in de art. 2a tot en met 2f WA voorziene gevallen is daarentegen dat de kring van belastingschuldigen niet op voorhand vaststaat, terwijl evenmin zeker is of een belastbaar feit zich zal voordoen. Zo gaat het bij de in art. 2a WA bedoelde 'niet-geregistreerde bedrijven' om ondernemingen die slechts incidenteel accijnsplichtige goederen zullen ontvangen. Bij de 'geregistreerde bedrijven' gaat het om ondernemingen die, ofschoon zij niet in aanmerking kunnen of willen komen voor de status van accijnsgoederenplaats, regelmatig accijnsplichtige goederen ontvangen. Ook voor de laatsten is onvoorspelbaar op welk moment zij die goederen zullen ontvangen, ofschoon dat zeer frequent kan gebeuren. Nu de in art. 51a WA bedoelde personen krachtens art. 53a WA gehouden zijn de aangifte uiterlijk op de dag na - kort gezegd - de ontvangst of het voorhanden krijgen van het accijnsgoed te doen, kan niet worden verlangd dat zij telkens na de ontvangst of het voorhanden krijgen van zulke goederen het in art. 6, derde lid, AWR bedoelde verzoek doen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe07fef3e78f981074c071294aa22f14d536e650927c628457b7255d42c08ff4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe07fef3e78f981074c071294aa22f14d536e650927c628457b7255d42c08ff4, en de alinea staat in dat document op bytes 14753 tot 15833.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe07fef3e78f981074c071294aa22f14d536e650927c628457b7255d42c08ff4 | shasum -a 256