Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3360.
Nu het bedrijf er zodoende nadrukkelijk op is gewezen dat de aangifte uiterlijk op de dag na de ontvangst van de accijnsgoederen gedaan diende te worden, en gelet op de uitleg die aan de art. 2a tot en met 2f, 51a, 52a, en 53a WA moet worden gegeven, getuigt 's Hofs oordeel dat de verplichting tot het doen van aangifte telkens was ontstaan, zodat vastgesteld kan worden dat bij de belastingwet voorziene aangiften telkens opzettelijk niet zijn gedaan in de zin van art. 68, eerste lid onder a (oud) AWR niet van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe07fef3e78f981074c071294aa22f14d536e650927c628457b7255d42c08ff4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe07fef3e78f981074c071294aa22f14d536e650927c628457b7255d42c08ff4, en de alinea staat in dat document op bytes 16487 tot 17043.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe07fef3e78f981074c071294aa22f14d536e650927c628457b7255d42c08ff4 | shasum -a 256