Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3360.
20. 's Hofs oordeel dat de verplichting tot het doen van aangifte telkens aanwezig is geweest komt mij te minder onbegrijpelijk voor aangezien de douaneambtenaar H.J. Vos ter terechtzitting van het Hof van 29 oktober 1999 heeft verklaard dat hij in verband met het verlenen van de vergunning aan [A] een bezoek aan het bedrijf heeft gebracht en een setje 'dagaangifteformulieren' aan verzoeker heeft gegeven. Dat onderstreept dat het bedrijf telkens eigener beweging aangifte behoorde te doen, en dat er geen nadere uitnodigingen tot het doen van aangifte zouden worden gedaan of verzocht zouden moeten worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe07fef3e78f981074c071294aa22f14d536e650927c628457b7255d42c08ff4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe07fef3e78f981074c071294aa22f14d536e650927c628457b7255d42c08ff4, en de alinea staat in dat document op bytes 17577 tot 18201.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe07fef3e78f981074c071294aa22f14d536e650927c628457b7255d42c08ff4 | shasum -a 256