Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3360.

21. Het gevoerde verweer strekte er primair toe dat niet bewezen zou kunnen worden dat "bij de Algemene wet inzake rijksbelastingen en/of de Wet op de accijns voorziene aangiften, te weten de aangiften accijns ("dagaangifte accijns") niet, althans niet binnen de daarvoor gestelde termijn" zijn gedaan, en subsidiair dat verzoeker van alle rechtsvervolging ontslagen zou moeten worden omdat het bewezen te verklaren feit niet strafbaar is (pleitaantekeningen, p. 50).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe07fef3e78f981074c071294aa22f14d536e650927c628457b7255d42c08ff4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe07fef3e78f981074c071294aa22f14d536e650927c628457b7255d42c08ff4, en de alinea staat in dat document op bytes 18504 tot 18986.