Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3363.

15 Er zijn meerdere (onuitgesproken) gronden denkbaar waarom het hof kan hebben gemeend dat aan deze stelling voorbij moest worden gegaan. Ik noem als voorbeelden: de stelling was (impliciet - een expliciete uitspraak erover ontbreekt in de stukken) door CC betwist, en CB heeft niet aangeboden deze stelling te bewijzen. Of: er is niet gesteld dat de betreffende termijn een "fatale" termijn zou zijn, die ingebrekestelling overbodig maakte (op het feit dat geen ingebrekestelling heeft plaatsgehad, had CC wel herhaaldelijk gewezen). Of (zoals in de schriftelijke toelichting namens CC opgemerkt): uit de producties van CB bij het inleidend rekest/beslagrekest blijkt dat CB al lang vóór de gestelde opleveringsdatum van 1 april 1997 (nl. al vanaf de zomer van 1996) werkzaamheden aan het huurobject liet uitvoeren, dus in een stadium waarin CC niet wegens het niet-inachtnemen van de opleveringstermijn in verzuim kon zijn, zelfs als men zou aannemen dat CB zich er wel (impliciet) op had beroepen dat die termijn een "fatale"was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117, en de alinea staat in dat document op bytes 42046 tot 43094.