Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 113 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3363.

25 Waarbij ik eraan herinner dat in deze zaak het (oude) Antilliaanse BW van toepassing is. De mate waarin naar dat recht een algemene verrijkingsactie werd aanvaard, is in het arrest HR 27 juni 1997, NJ 1997, 719, m.nt. JH onbeslist gebleven. Het ligt in de rede om voor de uitleg van het "oude"Antilliaanse recht aan te sluiten bij de onder het Nederlandse BW van vóór 1992 gevormde jurisprudentie (zoals het hof in het bestreden vonnis ook heeft gedaan). Over de ongerechtvaardigde verrijking naar nieuw (Nederlands en Antilliaans) recht is zeer onlangs het grondige preadvies van Boom en Wissink verschenen (Preadviezen Vereniging voor Burgerlijk Recht, 2002), met opgave van zeer veel zowel Nederlandse als buitenlandse literatuur. Omdat op deze zaak het "oude" recht van toepassing is zal ik hierover slechts een enkele keer iets zeggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117, en de alinea staat in dat document op bytes 45788 tot 46647.