Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3363.

In de literatuur wordt wel verdedigd dat aspecten die de opstelling van de verrijkte partij laakbaar doen zijn ("unclean hands"), de aanspraak op schadevergoeding ten titel van ongerechtvaardigde verrijking van de verarmde partij kunnen dragen of versterken - zie voor de discussie daarover bijvoorbeeld Boom en Wissink, Preadvies, p. 65 e.v , p. 108 e.v. en p. 129 e.v. In het licht van de door Boom en Wissink weergegeven discussie is het gewicht van deze factor onzeker. Voor het oordeel dat, als de opstelling van de verrijkte partij diens aansprakelijkheid wegens wanprestatie zou rechtvaardigen die partij in voorkomend geval ook ten titel van ongerechtvaardigde verrijking aangesproken moet kunnen worden, meen ik echter dat ook dit argument steun biedt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117, en de alinea staat in dat document op bytes 48066 tot 48841.