Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 123 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3363.

34 Als dat anders zou zijn zouden de bestaande regels omtrent subrogatie, regres en daarop gelijkende rechtsfiguren, goeddeels overbodig zijn. Zie ook Snijders, Ongerechtvaardigde verrijking en het betalingsverkeer (Studiekring Offerhaus 2001), bijvoorbeeld op p. 11, en de daar aangehaalde vindplaatsen uit de Parlementaire Geschiedenis van boek 6 (nl. de p. 795 en 833/4. De verwijzing naar p. 169 is niet geheel juist. Dit moet p. 168 zijn.); Parlementaire Geschiedenis boeken 3, 5, 6 en Overgangswet, p. 155; Hofmann-Wiersma-Drion, Het Nederlands Verbintenissenrecht, tweede gedeelte (1959), p. 11 - 12. Over dit onderwerp valt natuurlijk veel meer te zeggen, dat ik hier niet uit voorkeur maar uit noodzaak ongezegd laat. Ik verwijs voor recente analyses (aan de hand van het huidige Nederlandse BW) naar Wissink en Boom, Preadvies; Snijders, a.w., m.n. nrs 6 en 10.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117, en de alinea staat in dat document op bytes 51335 tot 52219.