Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3363.
10) Dat de regels over de vraag wanneer ingebrekestelling vereist is subtiel en niet altijd dadelijk duidelijk zijn, wordt vrij algemeen aangenomen(10). Er is echter tenminste één geval waarin het zowel naar huidig (Nederlands en Antilliaans) recht als naar het op deze zaak toepasselijke oude Antilliaanse burgerlijk recht, zowel duidelijk als begrijpelijk is dat ingebrekestelling verlangd wordt. Dat is het geval van een verbintenis die geen welbepaalde tijd aangeeft waarop moet worden nagekomen. Zoals Asser-Rutten I (1981) het uitdrukt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117, en de alinea staat in dat document op bytes 12182 tot 12739.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117 | shasum -a 256