Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3363.
Ik neem dan tot uitgangspunt dat aangenomen pleegt te worden, dat wanneer een huurder werkzaamheden laat uitvoeren die voor rekening van de verhuurder behoorden te komen, de huurder de (redelijke) kosten daarvan aan de verhuurder in rekening mag brengen ook zonder dat er, vóórdat de werkzaamheden werden aanbesteed, ingebrekestelling van de verhuurder had plaatsgehad, in elk geval wanneer het gaat om dringend noodzakelijke werkzaamheden. Deze regel heeft zich gevormd in het kader van de onderhoudsverplichting van de verhuurder(17). Het ligt in de rede dat daaraan de gedachte ten grondslag ligt dat in dringende gevallen niet van de huurder gevergd mag worden dat die genoegen neemt met het tijdverlies dat aan (mogelijk vergeefse) ingebrekestelling van de verhuurder inherent is, en dat daarom gerechtvaardigd is dat de betreffende kosten - die immers per saldo in verband met ten laste van de verhuurder komende werkzaamheden zijn gemaakt - door de verhuurder worden gedragen hoewel die niet overeenkomstig de "gewone" verbintenisrechtelijke regels in verzuim was geraakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117, en de alinea staat in dat document op bytes 18964 tot 20059.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117 | shasum -a 256