Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3363.

Ik zou echter menen dat die gedachte voor het hier te beoordelen geval geen opgeld doet. Daarbij geeft voor mij het aan het slot van alinea 14 opgemerkte de doorslag: in onderdeel 3 van het middel wordt de "noodsituatie" waarover de beschouwingen in de voorafgaande alinea's gaan weliswaar niet met zoveel woorden genoemd, maar het bewijsaanbod waarop onderdeel 4 een beroep doet had wèl (mede, maar toch eigenlijk: vooral) op die "noodsituatie" betrekking(21), en onderdeel 4 geeft ook de plaats in de stukken aan waar zowel het bewijsaanbod als de relevante materiele stellingen worden aangevoerd. Daarmee biedt het middel nog juist voldoende grondslag om aan te nemen dat geklaagd wordt over het voorbijgaan aan (het bewijsaanbod met betrekking tot(22)) het feit dat CB door urgente (betalings)problemen aan de kant van CC, geplaatst werd voor de noodzaak om bouwwerkzaamheden "over te nemen"; terwijl dat feit, afhankelijk van wat daaromtrent (al dan niet na nadere bewijslevering) komt vast te staan, kàn meebrengen dat aan het beroep op het ontbreken van ingebrekestelling voorbij moet worden gegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117, en de alinea staat in dat document op bytes 22434 tot 23555.