Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3363.

20) Dat heeft, denk ik, ook gevolgen voor de manier waarmee met een in eerste aanleg gedaan bewijsaanbod moet worden omgegaan als dat aanbod in appel niet wordt herhaald (in de onderhavige zaak had CB haar bewijsaanbod in appel overigens wel herhaald - maar in algemene termen, en niet met specifieke verwijzing naar de in eerste aanleg genoemde feiten(24)). Ik denk dat de rechter dan gehouden is om in zijn ambtshalve onderzoek te betrekken of het bewijsaanbod zoals het in de eerste aanleg gedaan werd relevant is; en om, als dat het geval blijkt te zijn, aan dat bewijsaanbod gevolg te geven. Het lijkt mij onaannemelijk dat het ambtshalve onderzoek dat in het Antilliaanse procesrecht in appel is voorzien, van beduidend minder niveau zou mogen zijn dan het onderzoek dat de rechter aan de hand van de partijstellingen in appel moet doen. Allicht kan de motivering in verband met het ambtshalve onderzoek vaak sober zijn, als er geen bezwaren tegen het oordeel van de eerste rechter zijn ingebracht en dat oordeel overigens deugdelijk voorkomt; maar waar het oordeel van de eerste rechter een in appel te onderkennen manco vertoont, brengt de hier besproken regel mee dat de appelrechter dat moet onderzoeken, en dat in cassatie geklaagd kan worden over het achterwege blijven van dat onderzoek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117, en de alinea staat in dat document op bytes 24436 tot 25749.