Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3363.

Dit samenstel van omstandigheden dringt zodanig krachtig aan dat de ontstane vermogensverschuiving ongedaan moet worden gemaakt - ook ten titel van wanprestatie kon, in de hier gevolgde gedachtelijn, CB daar immers al aanspraak op maken - dat het niet te rechtvaardigen zou zijn dat daarover in het kader van het leerstuk van de ongerechtvaardigde verrijking anders geoordeeld zou moeten worden. De norm die herstel van ongerechtvaardigde verrijking voorschrijft verschilt in de hier veronderstelde context niet wezenlijk van de norm waarop de verplichting tot schadevergoeding wegens wanprestatie berust(27),(28). Mij dunkt dat aanvaarding van een beroep op ongerechtvaardigde verrijking in de hier veronderstelde omstandigheden dan ook geheel spoort met het stelsel van de (Antilliaanse) wet, en aansluit bij gevallen die die wet expliciet regelt(29).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117, en de alinea staat in dat document op bytes 27632 tot 28498.