Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3363.

In dat geval bestaat er geen sterke "claim" op de verhuurder om de waarde van de betreffende voorzieningen voor zijn rekening te nemen. Voor dat geval is daarom goed te begrijpen dat de wetgever (en de rechtspraak onder het tot 1992 geldende Nederlandse recht(30)) tot uitgangspunt nemen dat er geen vergoedingsplicht aan de kant van de verhuurder bestaat, en dat aan de belangen van de huurder voldoende tegemoet wordt gekomen door het aan deze toegekende wegneemrecht. De verlegging van het accent ten gunste van de huurder die met art. 7:216 lid 3 van het thans bij de Eerste Kamer aanhangige wetsontwerp 26 089 beoogd wordt, is dan ook maar van beperkte strekking. Blijkens de wetsgeschiedenis beoogt die om alleen in gevallen waarin de andere oplossing bepaald onbillijk zou zijn, een vergoedingsaanspraak ten gunste van de huurder te bewerkstelligen(31). Daarmee wordt het uitgangspunt dat de huurder geen sterke claim heeft op vergoeding van de voor zijn rekening aangebrachte waarde, niet verlaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117, en de alinea staat in dat document op bytes 29496 tot 30515.