Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3363.
26) Als men zou aanvaarden dat de huurder in de zojuist beschreven omstandigheden - hij brengt voor rekening van de verhuurder komende voorzieningen aan zonder de verhuurder daartoe in de gelegenheid te stellen en zonder dat de verhuurder (anderszins) in verzuim is - als regel aanspraak heeft op ongedaanmaking van de aan de verhuurder toevallende verrijking (die er al daarom is, omdat de verhuurder dan de kosten van de oorspronkelijk voor zijn rekening komende voorzieningen uitspaart - het spiegelbeeld van de in alinea 21 besproken verarming van de huurder), gaat dat een heel eind in de richting van een vrijbrief om naar eigen goeddunken te doen wat voor rekening van de ander komt, en die ander dan de rekening presenteren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117, en de alinea staat in dat document op bytes 32968 tot 33714.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117 | shasum -a 256