Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3363.

27) In dat verband komt, anders dan het middel verdedigt, wel degelijk (enige) betekenis toe aan art. 1258 BW NA (oud) - art. 1277 BW (oud), en art. 3:299 van de nieuwe wetboeken. Zoals namens CB terecht is aangevoerd, strekken die bepalingen er niet toe dat de crediteur niet zonder rechterlijke machtiging de verbintenis van zijn debiteur zou mogen uitvoeren, en de gemaakte kosten dan als schadevergoeding mag vorderen(33). Voor de vordering tot schadevergoeding is dan - het lijkt het intrappen van een open deur - echter wel vereist dat de debiteur voor schadevergoeding aansprakelijk is; en in een geval als het onderhavige komt dan volgens mij alleen aansprakelijkheid wegens wanprestatie in aanmerking. Waar die aansprakelijkheid ontbreekt, lijkt het mij slecht verenigbaar met het systeem van sancties dat uit de wet blijkt, dat de gemaakte kosten (die, zoals al opgemerkt, door de debiteur-verhuurder zijn uitgespaard) ten titel van ongerechtvaardigde verrijking zouden kunnen worden gevorderd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117, en de alinea staat in dat document op bytes 33753 tot 34771.