Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3363.

In dat geval zou immers het beroep dat CB op aansprakelijkheid van CC wegens wanprestatie heeft gedaan, niet meer rechtstreeks aan de orde zijn (verwerping van de klachten tegen de afwijzing van het beroep op wanprestatie door het hof, brengt dat als logisch uitvloeisel met zich mee). Dat hoeft dan, volgens mij, niet te betekenen dat de feitelijke stellingen waarop het beroep op wanprestatie berustte, ook in het kader van het beroep op ongerechtvaardigde verrijking niet meer aan de orde kunnen komen. Ik denk dat dan, ook al zou ervan uit moeten worden gegaan dat het oordeel van het hof over CB's beroep op wanprestatie in cassatie stand houdt, de stelling van CB dat zij onder druk van betalingsproblemen van CC bouwkosten heeft moeten voorschieten om stilleggen van de bouw te voorkomen, in het kader van het beroep op ongerechtvaardigde verrijking alsnog "zelfstandig" moet worden beoordeeld - met andere woorden, dat in deze context niet mag worden aangenomen dat dit aspect door de verwerping van het beroep op wanprestatie is "afgedaan".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2bcc20aa0cbda36fa32ca22367f947108fad00ec30d68a3694e44359583a117, en de alinea staat in dat document op bytes 36569 tot 37631.