Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 september 2002

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 10 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3365.

22. Het oordeel van het Hof dat het geheel van de hierboven onder 4 weergegeven omstandigheden een zodanige druk op het slachtoffer heeft opgeleverd dat deze daar redelijkerwijs geen weerstand aan heeft kunnen bieden, is niet onbegrijpelijk. Ten aanzien van de vragen die het middel bij dat oordeel stelt, merk ik op dat de tot het bewijs gebezigde verklaring van het slachtoffer inhoudt dat hij diverse keren heeft gezegd dat hij wilde dat verdachte stopte, maar dat verdachte gewoon doorging. Verder kan uit de antwoorden van het slachtoffer op de vraag waarom hij zijn moeder niet riep toen hij zich in de douche had opgesloten, worden afgeleid dat hij daartoe op dat moment door de druk van de omstandigheden niet in staat was. Dat is ook niet onbegrijpelijk in het licht van hetgeen daarvoor was gebeurd volgens het slachtoffer en gelet op zijn leeftijd en hetgeen zijn moeder heeft verklaard over zijn gedragsproblemen en de oorzaak daarvan. Ook de verbale agressie van het slachtoffer richting verdachte de volgende dag levert een aanwijzing op dat hij tegen zijn wil de bewezenverklaarde handelingen heeft moeten ondergaan. Derhalve kon het Hof het optreden van verdachte aanmerken als feitelijkheden in de zin van art. 246 Sr.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8014346c2720bc3b945b11060300bebcfdbcfcd0885483789497ea7f6a51da0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8014346c2720bc3b945b11060300bebcfdbcfcd0885483789497ea7f6a51da0c, en de alinea staat in dat document op bytes 19402 tot 20653.