Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 september 2002

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 10 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3365.

25. Met de steller van het middel ben ik het eens dat het door verdachte tonen van zijn penis aan het slachtoffer op zich niet kan worden beschouwd als het doen dulden van ontuchtige handelingen als bedoeld in art. 246 Sr. Maar dat is ook niet bewezen verklaard. Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat de ontuchtige handelingen hebben bestaan uit 'het trekken aan en insmeren met crème van de penis van die [slachtoffer] en uit het tonen van zijn, verdachte's, penis aan die [slachtoffer]'. Het is dit samenstel van handelingen dat het Hof als ontuchtige handelingen heeft bestempeld. Nu de gebezigde bewijsmiddelen inhouden dat verdachte zijn penis toonde om een erectie bij [het slachtoffer] te bewerkstelligen is dat oordeel niet onbegrijpelijk en geeft het geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8014346c2720bc3b945b11060300bebcfdbcfcd0885483789497ea7f6a51da0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8014346c2720bc3b945b11060300bebcfdbcfcd0885483789497ea7f6a51da0c, en de alinea staat in dat document op bytes 21118 tot 21948.