Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3370.
17. Voor zover in het middel moet worden gelezen dat het Hof ten onrechte tot de slotsom is gekomen dat geen sprake is van een (in beginsel) bindende toezegging, geldt het volgende. Voorop gesteld moet worden dat 's Hofs oordeel berust op uitleg van de bedoelde brief. Dit oordeel kan, feitelijk als het is, in cassatie op juistheid niet worden getoetst. Het oordeel is ook niet onbegrijpelijk. De bedoelde brief kan, gezien haar algemene bewoordingen, zo worden opgevat dat het Land toezegt het verzoek in behandeling te nemen als het beleid ter zake van de monopoliepositie van TDS is gewijzigd en aangeeft welke procedure gevolgd zal worden bij de behandeling van het verzoek. Aldus opgevat heeft de brief geen specifiek, persoonsgebonden karakter en vormt zij derhalve niet een bindende toezegging tot het verlenen van een vergunning.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa27c2fc09b2b7a9ddaba527a26b4e007f011e88cd36abaa3631b4dc1d574bbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa27c2fc09b2b7a9ddaba527a26b4e007f011e88cd36abaa3631b4dc1d574bbd, en de alinea staat in dat document op bytes 26484 tot 27335.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa27c2fc09b2b7a9ddaba527a26b4e007f011e88cd36abaa3631b4dc1d574bbd | shasum -a 256