Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3370.

19. Het onderdeel moet falen. Nu het Hof kennelijk heeft geoordeeld dat van een specifieke, persoonsgerichte toezegging geen sprake was, ligt daarin besloten dat [eiser sub 3] en [betrokkene 1] niet gerechtvaardigd erop mochten vertrouwen dat de overheid aan hen de verlangde vergunning zou verlenen. Dit oordeel is, ook zonder nadere motivering, niet onbegrijpelijk: van gerechtvaardigd vertrouwen kan pas sprake zijn indien dit vertrouwen zijn grondslag vond in een uitdrukkelijke en onvoorwaardelijke toezegging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa27c2fc09b2b7a9ddaba527a26b4e007f011e88cd36abaa3631b4dc1d574bbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa27c2fc09b2b7a9ddaba527a26b4e007f011e88cd36abaa3631b4dc1d574bbd, en de alinea staat in dat document op bytes 27768 tot 28297.