Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3370.
28. Bij de beoordeling van deze onderdelen dient het volgende vooropgesteld te worden. Uit het Lentia-arrest (EHRM 24 november 1993, NJ 1994, 559) volgt dat een beperking van de vrijheid van meningsuiting, gelegen in het verschaffen van een omroepmonopoliepositie aan één onderneming op grond van art. 10 lid 2 EVRM slechts is toegestaan indien die beperking bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is, dat wil zeggen indien sprake is van een "pressing need". Zie ook EHRM 25 maart 1985 (Barthold), NJ 1987, 900 nt. EAA, r.o. 55. Gerechtvaardigde beperkingsgronden zijn onder meer - voor zover in dit kader van belang (zie EHRM 28 maart 1990 (Gropera), NJ 1991, 739 nt. EAA, r.o. 69) - het voorkomen van wanordelijkheden binnen de telecommunicatie en de bescherming van de rechten van anderen. Bij dat laatste kan in het bijzonder worden gedacht aan een beperking die is bedoeld om de pluraliteit van het omroepaanbod te waarborgen hetgeen de belangen van het kijkerspubliek dient.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa27c2fc09b2b7a9ddaba527a26b4e007f011e88cd36abaa3631b4dc1d574bbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa27c2fc09b2b7a9ddaba527a26b4e007f011e88cd36abaa3631b4dc1d574bbd, en de alinea staat in dat document op bytes 32667 tot 33693.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa27c2fc09b2b7a9ddaba527a26b4e007f011e88cd36abaa3631b4dc1d574bbd | shasum -a 256