Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3370.

29. Uit het Lentia-arrest blijkt voorts dat bij de beoordeling van de vraag of een beperking gerechtvaardigd is, aan de verdragsstaten een zekere "margin of appreciation" moet worden gelaten binnen de context van de plaatselijke omstandigheden. De omvang van deze discretionaire bevoegdheid varieert naar gelang de omstandigheden van het geval en is onderhevig aan Europese supervisie. Die supervisie moet strikt zijn vanwege het grote belang van de rechten in kwestie. De noodzakelijkheid van de inmenging in de vrijheid van meningsuiting moet overtuigend worden vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa27c2fc09b2b7a9ddaba527a26b4e007f011e88cd36abaa3631b4dc1d574bbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa27c2fc09b2b7a9ddaba527a26b4e007f011e88cd36abaa3631b4dc1d574bbd, en de alinea staat in dat document op bytes 33713 tot 34303.