Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3381.

1.6. De curator heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. In een tussenarrest van 23 december 1999 onderschreef het hof het oordeel van de rechtbank dat aan de verpanding een geldige titel ten grondslag lag: het medeschuldenaarschap van Group voor de schulden van Networks (rov. 4.4 - 4.5). Op grond daarvan onderschreef het hof ook het oordeel dat aan de curator geen beroep toekomt op art. 42 Fw (rov. 4.8). Het hof was van oordeel dat de curator geen belang heeft bij zijn grieven 4 en 5 (m.b.t. de wel of niet geldige verpanding van de roerende zaken) omdat de software en de hardware inmiddels zijn verkocht. Anders dan de curator had gesteld, achtte het hof voor de geldigheid van een pandrecht op de software niet noodzakelijk dat tevens een pandrecht is gevestigd op de gegevensdragers waarop de software is opgeslagen (rov. 4.9 - 4.10). Het hof deelde voorts het oordeel van de rechtbank dat de software als object van verpanding voldoende is bepaald en dat de verpanding ook de toekomstige versies van het programma "Quest" omvatte (rov. 4.11 - 4.15). In verband met onduidelijkheid over de vraag voor welke schuld(en) het pandrecht door ING Bank werd uitgeoefend, heeft de rechtbank partijen om opheldering verzocht en de zaak naar de rolzitting verwezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0, en de alinea staat in dat document op bytes 13212 tot 14512.