Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3381.

1.7. Nadat partijen zich over de gestelde vragen hadden uitgelaten, heeft het hof bij eindarrest van 21 september 2000 vastgesteld dat vóór 28 april 1993 geen kredietverhouding tussen ING Bank en Group bestond en dat ING Bank geen vordering heeft ingediend op grond van het (hoofdelijk) medeschuldenaarschap van Group voor de schulden van Networks. De vordering die wél in het faillissement is ingediend, te weten de vordering van ING Bank ad f 1.952.803,47 uit hoofde van het opgezegde krediet aan Group, is niet door een pandrecht op de software verzekerd. Het hof heeft daarom het vonnis van de rechtbank vernietigd en voor recht verklaard dat op de software zoals aangetroffen in het faillissement van Group en de bijbehorende gegevensdragers geen pandrechten rusten van ING Bank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0, en de alinea staat in dat document op bytes 14532 tot 15332.