Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3381.
2.2. In subonderdeel 1.1 klaagt ING Bank dat het hof miskent dat het bij de beantwoording van de vraag, voor welke schulden Group de software aan ING Bank heeft verpand, aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij dienaangaande redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten(9). ING Bank voert in dit verband aan dat het hof geen (beslissende) betekenis had mogen toekennen aan het feit dat in de tekst van de pandakte is vermeld dat Group het pandrecht verleent als medeschuldenaar voor de schulden van Networks, noch aan het feit dat ING Bank deze zekerheid niet heeft vermeld in haar brief van 2 augustus 1995 aan de bewindvoerder. Het subonderdeel stelt dat het hof aan de hand van een zestal omstandigheden (a - f) had behoren te onderzoeken of partijen bedoeld hebben dat het door Group verstrekte pandrecht mede strekt tot zekerheid voor de nakoming van de kredietschuld van Group waarvoor ING Bank het pand thans wil uitwinnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0, en de alinea staat in dat document op bytes 16424 tot 17478.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0 | shasum -a 256