Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3381.
2.5. In de wet is dit uitgewerkt als volgt. Voor de vestiging van een pandrecht zijn ten minste nodig: wilsovereenstemming tussen pandgever en pandhouder die tot vestiging van het pandrecht strekt en de bevoegdheid van de pandgever om een pandrecht op dit goed te vestigen. Wat daarnaast aan formaliteiten nodig is, is afhankelijk van de aard van het goed: zie de art. 3:236 e.v. BW. De vestiging van een pandrecht op een auteursrecht geschiedt door een daartoe bestemde akte: zie art. 3:236 lid 2 BW in verbinding met art. 2 lid 2 Auteurswet 1912. Een akte is een ondertekend geschrift dat bestemd is tot bewijs te dienen (art. 183 (oud) Rv, thans art. 156 Rv). Art. 3:84 lid 1 BW, dat weliswaar geschreven is voor de overdracht van goederen maar ingevolge art. 3:98 BW mede van toepassing is op de vestiging van een pandrecht, eist een geldige titel. Onder titel wordt hier verstaan: de rechtsverhouding die tot de overdracht van het goed, resp. de vestiging van het pandrecht daarop, verbindt. Het tweede lid van art. 3:84 BW stelt daarnaast de eis dat het goed bij de titel (hier bedoeld als: de levering resp. de vestiging van het pandrecht) met voldoende bepaaldheid is omschreven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0, en de alinea staat in dat document op bytes 19628 tot 20829.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0 | shasum -a 256