Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3381.

2.8. Toekomstige goederen kunnen in beginsel bij voorbaat worden geleverd of verpand (zie art. 3:97 j 3:98 BW). Art. 3:94 eist voor de levering van een tegen één of meer bepaalde personen uit te oefenen recht - en via art. 3:98 BW dus ook voor de verpanding van zo'n recht - een mededeling aan die personen. Art. 3:239 lid 1 BW maakt hierop een uitzondering: een stil pandrecht op een tegen een of meer bepaalde personen uit te oefenen recht, dat niet aan toonder of order luidt, kan worden gevestigd bij authentieke of geregistreerde onderhandse akte zonder mededeling aan die personen, mits dit recht op het tijdstip van de vestiging van het pandrecht reeds bestaat of rechtstreeks zal worden verkregen uit een dan reeds bestaande rechtsverhouding. Een auteursrecht is niet een tegen één of meer bepaalde personen uit te oefenen recht: een auteursrecht werkt immers erga omnes. Mededeling aan een derde van de verpanding van een auteursrecht is niet vereist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0, en de alinea staat in dat document op bytes 23414 tot 24391.