Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3381.
2.18. In dit geding is geen beroep gedaan op art. 3:36 BW. Voor de verpanding van een auteursrecht is niet een inschrijving in een openbaar register noch mededeling aan een derde vereist. Daarmee is echter het antwoord op de in alinea 2.15 bedoelde vraag nog niet gegeven. De Hoge Raad heeft tot dusver de in alinea 2.14 genoemde jurisprudentie niet tot een algemene norm gemaakt. Zo geldt de Haviltex-maatstaf bijvoorbeeld nog steeds voor geschillen over de uitleg van een overeenkomst, ook al is (aan één zijde of aan beide zijden) niet de oorspronkelijke contractspartij maar diens rechtsopvolger in het geding betrokken. Wil men de uitleg van de titel van een verpanding "objectiveren", dan zou, dunkt me, de volgende route moeten worden bewandeld. Bij de vaststelling van de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepaling van hun overeenkomst mochten toekennen en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, kan een rol spelen dat elk partijen weet (i) dat (de tekst van) de overeenkomst bestemd is om externe gevolgen te hebben en (ii) dat ook de wederpartij dit weet. De verwachtingen van de contracterende partijen zullen zich mede richten naar deze bestemming.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0, en de alinea staat in dat document op bytes 34465 tot 35726.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0 | shasum -a 256