Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3381.

2.24. M.i. gaat het, anders dan het subonderdeel betoogt, om een bijkomend argument en niet om een essentiële stelling waaraan het hof niet voorbij mocht gaan op straffe van nietigheid van het arrest. Overigens acht ik de aangevallen motivering niet onbegrijpelijk. Het is inderdaad mogelijk dat de rechter uit gebeurtenissen die later hebben plaatsgevonden een gevolgtrekking maakt omtrent de wijze waarop een eerdere gebeurtenis (in dit geval: de titel voor de verpanding) moet worden verstaan. ING Bank ziet evenwel over het hoofd dat niet alleen zij, maar ook de curator, een omstandigheid had aangevoerd die achteraf de titel van de verpanding zou kunnen verklaren. De curator heeft immers aangevoerd dat ING Bank in haar brief van 2 augustus 1995, waarin zij de door Group verschafte zekerheden opsomde, niet een verpanding van de software voor de schulden van Group had vermeld. Het hof (rov. 3.7) heeft dit laatste klaarblijkelijk belangrijker geacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0, en de alinea staat in dat document op bytes 40053 tot 41027.