Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3381.

3.2. Ik noteer dat het hof de grieven 4 en 5 primair heeft verworpen omdat de curator bij die grieven geen belang heeft: in het onderhavige geval zijn de software en de hardware reeds verkocht (rov. 4.9). Tegen dat oordeel is het incidenteel cassatiemiddel niet gericht(26). Om die reden kan onderdeel 3 onbesproken blijven. Evenmin wordt in cassatie opgekomen tegen het oordeel dat een pandrecht op software geldig kan worden gevestigd bij onderhandse, daartoe bestemde akte (rov. 4.10, tweede volzin). Dat oordeel lijkt mij juist: de wet (art. 3:236 lid 2 BW jo. art. 2 lid 2 Auteurswet 1912) stelt inderdaad niet de eis dat tevens een pandrecht wordt gevestigd op de gegevensdragers. In mijn redenering ten overvloede merk ik over onderdeel 3 het volgende op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0, en de alinea staat in dat document op bytes 44479 tot 45254.