Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3381.
3.8. Terzijde kan worden vermeld dat men ook in Duitsland op dit probleem is gestuit. In de Bondsrepubliek geldt als hoofdregel dat tegen de auteur een executie op het hem toebehorende werk, op grond van een geldvordering, slechts mogelijk is met zijn toestemming (par. 114 abs. 1 Urhebergesetz). Het tweede lid maakt hierop een uitzondering "soweit die Zwangsvollstreckung in das Original des Werkes zur Durchführung der Zwangsvollstreckung in ein Nutzungsrecht am Werk notwendig ist". Ten aanzien van software wordt hieruit afgeleid dat de houder van een pandrecht op een exploitatierecht in de gelegenheid moet worden gesteld een eigen verveelvoudiging van het werk te maken. In de vakliteratuur wordt opgemerkt dat deze oplossing de enige zinvolle is, omdat zich anders een situatie kan voordoen waarin de auteursrechthebbende schuldenaar door de verpanding in de executie heeft toegestemd, maar door het onthouden van toestemming voor het kopiëren de executie illusoir zou kunnen maken(34).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0, en de alinea staat in dat document op bytes 50199 tot 51209.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0 | shasum -a 256