Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 93 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3381.

3.19. Subonderdeel 5.2 herhaalt de klacht van subonderdeel 5.1, ditmaal in het licht van de stelling dat gebeurtenissen of handelingen, die pas geruime tijd ná de verpanding plaatsvinden en waarvan derden geen kennis kunnen nemen, geen gewicht in de schaal mogen leggen bij de vaststelling van de strekking van de goederenrechtelijke rechtshandeling. Om dezelfde redenen als subonderdeel 5.1 faalt ook deze klacht. Overigens miskent de klacht dat de vraag voor welke vorderingen het pandrecht door de pandhouder mag worden uitgeoefend, wordt beantwoord op het moment waarop de pandhouder tot executie overgaat (vgl. alinea 2.10).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1798940e6968d634a424fd88ff10afa548286c6650d1c567f3380f54522f94d0, en de alinea staat in dat document op bytes 60790 tot 61433.