Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3382.

10. De beide in de toelichting op het middel aangehaalde arresten betroffen de weigering, door personen die ervan werden verdacht als bestuurder in strijd met art. 26 WVW te hebben gehandeld, mee te werken aan een ademonderzoek als bedoeld in art. 33a, tweede lid, WVW, thans art. 163, eerste lid, WVW 1994. In beide gevallen ging het om iemand die door de politie op de bestuurdersplaats van een stilstaande auto werd aangetroffen. In het ene geval stelde de politie vast dat de auto (in het holst van de nacht) op het trottoir stond en de op de bestuurdersplaats zittende persoon keer op keer gas gaf zonder dat de auto in beweging kwam. In het andere geval werd het verweer gevoerd dat de verdachte in zijn auto, die met draaiende motor in een parkeervak stond, slechts een telefoongesprek zat te voeren (en volgens de verdediging zelfs niet weg had kunnen rijden omdat het voertuig door de politie-auto was klemgezet).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682, en de alinea staat in dat document op bytes 13277 tot 14214.