Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3382.
14. De zo-even genoemde arresten van de Hoge Raad dwingen evenmin tot een andere opvatting. Opmerking verdient dat daarin steeds werd vastgesteld dat de vastgestelde feiten niet zonder meer de verdenking konden rechtvaardigen dat de verdachte als bestuurder was opgetreden. Onder omstandigheden kan, naar mij voorkomt, die verdenking bestaan ook zonder dat is vastgesteld dat de verdachte het voertuig in beweging heeft gebracht (daarmee daadwerkelijk aan het verkeer heeft deelgenomen) bestaan. In dat geval zal moeten blijken dat de wèl vastgestelde, op besturen van het voertuig gerichte, handelingen voortkwamen uit het voornemen om te gaan rijden. Ik kom hier op terug bij bespreking van het tweede middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682, en de alinea staat in dat document op bytes 16826 tot 17552.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682 | shasum -a 256