Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3382.

17. Het komt mij voor dat de bewijsoverwegingen zich in die zin laten verstaan dat het verweer, niettegenstaande de wijze waarop het is samengevat, is begrepen als mede betrekking hebbend op de subsidiair tenlastegelegde poging, in het bijzonder op het bewijs dat verzoekster het voornemen had om met de auto te gaan rijden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682, en de alinea staat in dat document op bytes 19023 tot 19360.