Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3382.
24. Daar zou tegenover gesteld kunnen worden dat opsporingsambtenaren vóór dat moment niet machteloos zijn: zij kunnen toepassing geven aan het reeds genoemde art. 162, eerste lid (laatste volzin) WVW 1994, en - eventueel na een voorlopig ademonderzoek - een rijverbod opleggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682, en de alinea staat in dat document op bytes 24621 tot 24914.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682 | shasum -a 256