Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002
Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3382.
25. Ten aanzien van art. 8 WVW 1994 heeft de wetgever niet bepaald dat art. 45 Sr niet toepasselijk kan of moet zijn. Integendeel levert de wetsgeschiedenis een aanwijzing dat de wetgever een strafbare poging tot overtreding van de in art. 8 WVW 1994 opgenomen verbodsnormen denkbaar heeft geacht, vgl hierboven, onder 7 en 8. Nu er naar het inzicht van de wetgever voldoende aanleiding kan zijn om, binnen de in art. 45 Sr getrokken grenzen, ook op de poging tot handelen in strijd met art. 8 WVW 1994 met strafoplegging te reageren, zullen de opsporingsbevoegdheden beschikbaar moeten zijn die deze strafoplegging mogelijk maken. Daarmee is niet te verenigen dat van de in art. 163, eerste lid, WVW 1994 gegeven bevoegdheid geen gebruik gemaakt mag worden indien de verdenking een poging betreft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682, en de alinea staat in dat document op bytes 25603 tot 26414.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682 | shasum -a 256