Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002
Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3382.
27. Zoals hiervoor (onder 12) reeds naar aanleiding van het eerste middel werd opgemerkt, meen ik dat deze benadering niet strijdig is met de omstandigheid dat in art.160, vijfde lid, WVW 1994 (het voorlopig ademonderzoek) en in art.162, eerste lid, WVW 1994 (het rijverbod) is voorzien in bevoegdheden die zowel ten aanzien van de bestuurders van voertuigen als ten aanzien van degenen die aanstalten maken een voertuig te gaan besturen kunnen worden toegepast. De beschikbaarheid van deze op voorkoming van strafbare feiten gerichte bevoegdheden behoeft niet tot de gevolgtrekking te voeren dat de op vervolging gerichte opsporing alleen betrekking kan hebben op geheel tot uitvoering gebrachte overtredingen van de in art. 8 WVW 994 opgenomen verbodsnormen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682, en de alinea staat in dat document op bytes 26814 tot 27588.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682 | shasum -a 256