Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002
Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3382.
31. Gelet op deze overwegingen kan niet worden gezegd dat het opleggen van de bijkomende straf, waar die in eerste aanleg niet is toegepast, een verbazing wekt die slechts door een nog verdere uiteenzetting van de redenen voor die oplegging had kunnen worden voorkomen, vgl G.J.M. Corstens, Het Nederlands strafprocesrecht, derde druk, p. 694. Aangezien het Hof nadrukkelijk heeft verwezen naar het subsidiair bewezenverklaarde feit is niet uit het oog verloren dat de straffen niet zijn opgelegd ter zake van optreden als bestuurder van een motorvoertuig als voltooid delict, maar ter zake van een poging daartoe. Daar de bewezenverklaring inhoudt dat verzoekster een poging heeft ondernomen het voertuig te besturen terwijl het alcoholgehalte in haar ademlucht de grens van het strafbare in aanzienlijke mate overschreed, wekt de strafoplegging ook in dit opzicht geen verbazing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682, en de alinea staat in dat document op bytes 30827 tot 31722.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/595082a1ef045b70dc41c0b3d78b120334d046fb224fc50cc9c20709c4dc7682 | shasum -a 256