Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3383.

[Verweerster] heeft verweer gevoerd en zich erop beroepen dat de vordering van de Staat is verjaard. Voorts heeft zij gesteld 1) dat de waarde van het terrein vóór de sanering hoger was dan door de Staat gesteld; 2) dat zij ten tijde van de koop op grond van de summiere rapportage van Argus wel van enige verontreiniging op de hoogte was, maar niet van de omvangrijke verontreiniging zoals die later is gebleken; 3) dat omdat zij wist dat het Rijk en de gemeente het terrein zouden gaan saneren en gezien de tussen haar en de gemeente Groningen daarover bestaande contacten, voor haar geen reden bestond om bij de prijsbepaling van het terrein rekening te houden met de op dat moment bekende verontreiniging; 4) dat de waarde van het terrein na de sanering mede een gevolg is van het feit dat ter plaatse woningen gebouwd konden worden; 5) dat een deel van de saneringskosten betrekking had op bodem buiten de grenzen van het terrein en derhalve ten behoeve van derden is gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/100beb7446bb304675c13c929f1cc4c929eca722894565963120cdb5cbc15d0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 100beb7446bb304675c13c929f1cc4c929eca722894565963120cdb5cbc15d0d, en de alinea staat in dat document op bytes 8940 tot 9936.