Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3383.

Ter beantwoording van de vraag in hoeverre het redelijk is dat de Staat de verrijking van [verweerster] met ƒ 320.000,- (in volle omvang) vergoed krijgt, heeft de rechtbank [verweerster] toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden die zouden meebrengen dat [verweerster] met een schadevergoedingsvordering als de onderhavige van de zijde van de Staat geen rekening behoefde te houden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/100beb7446bb304675c13c929f1cc4c929eca722894565963120cdb5cbc15d0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 100beb7446bb304675c13c929f1cc4c929eca722894565963120cdb5cbc15d0d, en de alinea staat in dat document op bytes 11599 tot 12008.