Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3383.

4) [Verweerster] is onder aanvoering van acht grieven tegen het tussenvonnis van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Bij tussenarrest van 23 februari 2000 heeft het hof geoordeeld dat toereikende feiten of omstandigheden ter staving van het oordeel dat [verweerster] en [verweerster] (oud) moeten worden vereenzelvigd, ontbreken. Om na te gaan of niettemin sprake is van een rechtens relevante verrijking van [verweerster] alsmede of het redelijk is zodanige verrijking ten gunste van de Staat af te romen, heeft het hof de Staat in de gelegenheid gesteld om 1) feiten en omstandigheden aan te voeren die kunnen leiden tot het oordeel dat de gestelde waardestijging niet aan de eigenares van de grond is toegevallen maar aan [verweerster] als economisch eigenares, en 2) om zich uit te laten over de (vervolg)vraag op welke grondslag het redelijk moet worden geacht om [verweerster] te verplichten tot het afdragen van haar eventuele verrijking aan de Staat, zulks gegeven de omstandigheid dat de Staat niet de eigenares van de grond maar de economisch eigenares heeft gedagvaard. Daarbij is in aanmerking genomen dat de Staat tot dan toe de motivering van bedoelde redelijkheid in het bijzonder had gegrond op de afroming van de verrijking van de grondeigenaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/100beb7446bb304675c13c929f1cc4c929eca722894565963120cdb5cbc15d0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 100beb7446bb304675c13c929f1cc4c929eca722894565963120cdb5cbc15d0d, en de alinea staat in dat document op bytes 12065 tot 13376.