Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3383.
Ten overvloede is het hof vervolgens ingegaan op de redelijkheid van de afroming op grond van art. 6:212 BW. De Staat heeft volgens het hof nagelaten de redelijkheid van de vordering anders te motiveren dan met een verwijzing naar de wetenschap van de koper van de onroerende zaak op het moment van de verkrijging. Nu [verweerster] niet de juridisch eigenares is van de onroerende zaak, volgt daaruit reeds dat de vordering van de Staat moet worden afgewezen, aldus het hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/100beb7446bb304675c13c929f1cc4c929eca722894565963120cdb5cbc15d0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 100beb7446bb304675c13c929f1cc4c929eca722894565963120cdb5cbc15d0d, en de alinea staat in dat document op bytes 14896 tot 15383.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/100beb7446bb304675c13c929f1cc4c929eca722894565963120cdb5cbc15d0d | shasum -a 256