Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3383.
Uit het voorgaande vloeit voort dat het hof naar mijn mening terecht heeft geoordeeld dat voor de toepassing van de regeling van ongerechtvaardigde verrijking niet is vereist dat de verrijkte in een goederenrechtelijke relatie staat tot de zaak die de waarstijging heeft ondergaan. Niet begrijpelijk acht ik echter 's hofs oordeel dat er gezien het partijdebat niet voldoende grond is voor toewijzing van de vordering, omdat in dit debat tot uitgangspunt zou zijn genomen dat [verweerster] de juridisch eigenares van de onroerende zaak zou zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/100beb7446bb304675c13c929f1cc4c929eca722894565963120cdb5cbc15d0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 100beb7446bb304675c13c929f1cc4c929eca722894565963120cdb5cbc15d0d, en de alinea staat in dat document op bytes 24541 tot 25100.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/100beb7446bb304675c13c929f1cc4c929eca722894565963120cdb5cbc15d0d | shasum -a 256