Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3383.
10) Aan de redelijkheid van de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking heeft het hof de r.o. 14-17 van zijn tussenarrest en ten overvloede de r.o. 8 e.v. van zijn eindarrest gewijd. In zijn tussenarrest heeft het de Staat in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de grondslag van deze redelijkheid. In zijn eindarrest heeft het geoordeeld dat de redelijkheid aan de vordering ontbreekt omdat de Staat haar niet anders heeft gemotiveerd dan met een verwijzing naar de wetenschap van de koper op het moment van diens verkrijging van de onroerende zaak. Dit oordeel hangt samen met de opvatting van het hof dat de Staat [verweerster] als juridisch eigenaar heeft aangesproken en dat de Staat met het begrip verkrijging zag op verkrijging door de juridische eigenaar. Uit het onder 8 betoogde blijkt dat de aan dit oordeel ten grondslag liggende opvatting van het hof over het processuele debat van partijen mijns inziens onbegrijpelijk is. Reeds om die reden kan het oordeel in cassatie niet in stand blijven. Daarnaast miskent het hof dat het begrip verkrijging tegen de achtergrond van art. 75 Wbb ook ziet op verkrijging van economische eigendom. Het oordeel van het hof dat in een situatie van economische eigendom de redelijkheid van de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking niet gelegen kan zijn in de wetenschap van de koper op het moment van zijn verkrijging van (het recht op) de onroerende zaak, getuigt dan ook van een onjuiste, want te beperkte, uitleg van het begrip verkrijging in de zin van art. 75 Wbb. Immers, indien vaststaat dat krachtens de rechtsbetrekking tussen de economisch en juridisch eigenaar het belang van de waarde van de grond berust bij de economisch eigenaar, is er sprake van verkrijging in de zin van art. 75 Wbb. De redelijkheid van de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking tegen de economisch eigenaar wordt dan conform de door de Staat gebruikte in art. 75 Wbb bedoelde maatstaf beoordeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/100beb7446bb304675c13c929f1cc4c929eca722894565963120cdb5cbc15d0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 100beb7446bb304675c13c929f1cc4c929eca722894565963120cdb5cbc15d0d, en de alinea staat in dat document op bytes 30197 tot 32160.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/100beb7446bb304675c13c929f1cc4c929eca722894565963120cdb5cbc15d0d | shasum -a 256