Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3387.

2.5 Het onderdeel klaagt dat rechtsoverweging 4.10 onbegrijpelijk is, althans onvoldoende gemotiveerd, voor zover het hof vaststelt dat de boedelschulden een veelvoud van het bedrag van ƒ 155.000,-- bedragen en voorts voor zover het hof bedoeld heeft de vorderingen van Belastingdienst en bedrijfsvereniging tot een bedrag van (afgerond) ƒ 445.000,-- als boedelschulden aan te merken. Volgens het onderdeel laten de stukken van het geding en de stellingen van de curator geen andere slotsom toe dan dat de totale boedelschulden ƒ 172.588,61 (+p.m.) belopen, terwijl van de totale vorderingen van Belastingdienst en bedrijfsvereniging tezamen van ƒ 445.206,83 (slechts) een bedrag van ƒ 113.892,86 is aan te merken als boedelvorderingen dan wel boedelschulden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e02eb21193f9a9fc4a05ba9ef81b0815cba40cc540d7a4134d95b3ca4f530ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e02eb21193f9a9fc4a05ba9ef81b0815cba40cc540d7a4134d95b3ca4f530ec, en de alinea staat in dat document op bytes 21771 tot 22548.