Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3387.

2.13 In cassatie kan er van worden uitgegaan dat op 25 augustus 1993 ten behoeve van ABN AMRO Bank een pandrecht is gevestigd(9) op de vordering van Veil IT op de Ontvanger. Dit brengt mee dat Veil IT als pandgever op 25 augustus 1993 de bevoegdheid had om de vordering te innen. Deze bevoegdheid zou niet meer hebben bestaan indien ABN AMRO Bank de Ontvanger het pandrecht zou hebben meegedeeld (art. 3:246 lid 1 BW). Als gevolg van de betaling aan Veil IT is de vordering op de Ontvanger en daarmee tevens het pandrecht teniet gegaan (art. 3:81 lid 2 sub a)(10). De mededeling van de verpanding door ABN AMRO Bank heeft de Ontvanger derhalve bereikt, althans kunnen bereiken, op een moment dat het pandrecht al niet meer bestond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e02eb21193f9a9fc4a05ba9ef81b0815cba40cc540d7a4134d95b3ca4f530ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e02eb21193f9a9fc4a05ba9ef81b0815cba40cc540d7a4134d95b3ca4f530ec, en de alinea staat in dat document op bytes 26175 tot 26919.