Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3387.

2.15 De bank beroep zich hierbij op de door de Hoge Raad in zijn arrest van 17 februari 1995, NJ 1996, 471 m.nt. WMK (Mulder q.q./CLBN) geformuleerde regel dat wanneer de faillissementscurator een stil verpande vordering heeft geïnd, waardoor de verpande vordering en daarmee het pandrecht is teniet gegaan, de pandhouder zijn voorrang op het geïnde behoudt(11). Volgens het onderdeel heeft hetzelfde te gelden buiten faillissement, indien het faillissement van de pandgever volgt (kort) nadat betaling van de vordering heeft plaatsgevonden. De (ex) pandhouder kan zijn hoge voorrang(12) geldend maken door indiening van zijn vordering in het faillissement onder aantekening van deze bijzondere voorrang(13).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e02eb21193f9a9fc4a05ba9ef81b0815cba40cc540d7a4134d95b3ca4f530ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e02eb21193f9a9fc4a05ba9ef81b0815cba40cc540d7a4134d95b3ca4f530ec, en de alinea staat in dat document op bytes 27424 tot 28148.